;

 

Skelettenkopjes met gebreide benen in zilveren lijstjes hangen aan kale muren… broze beenderen veilig ingetapet… nu niet uit elkaar vallen, voetje voor voetje schuifelen door de natte straten…. waar ik ooit rende met jou….. geen gefladder meer in mijn hart.. stenen rusten daar waar ooit het leven bruiste… ik zie afgekeerde hoofden en minachtende blikken…. toch nog niet van steen… niets forceren… niets doen….. wachten…….. wachten……. wachten maar…


Ben je daar, wachtend...... jij...


Harde dichtslaande deuren, gestommel op de trap….. ik sluit mijn oren…. gevangen in de geluiden van een afgesloten stad waarvan men zegt dat er altijd leven is… ik ruik de dood….. teloorgang in duizend vormen… buiten op straat heerst de jonge kou, fris als een kalf….. kon ik maar buiten blijven…de leeggelopen straten op zondagmorgen…. nee, toch maar naar binnen… uien prikken in mijn ogen… tranen zonder verdriet… de spijkers in de muur geven houvast aan beeld en prent… wie doet me wat… horend wil ik doof zijn….

 

Ben je daar, horend, zacht en stil….ja jij…..

 

Gedachten trippelen als vogels op een tak…. soms fladderen ze….. overmoedigheid ligt op de loer…   hou de gedachten aan een lijn….. lichaam ook… buik zacht en teer….. geen vermoeden van… dwaal maar wat rond daar…. niet te lang… handen boven de lakens... lichaam inmiddels immuum geworden.... overal.... HELP.... nee, ik verkoop mijn ziel er niet voor, maar help me…. vrijblijvend…. kosteloos… geen cent te makke ook…. weet je wie ik ben….… ja jij…. ach, laat maar zitten ook…

 

 

Er is geen wij.....

 

Fragmenten uit 'Een zweem van leven'
geschreven door Neel de Jong 2012

 

 

In haar ouderlijk huis
behangen noemloze gedachten
de muren met een van
waanzin doordrenkt patroon.

Hier klinkt een woord
daar knispert een krant
of stopt een vader zijn pijp.
Breipennen tikken de tijd voorbij
Psalmen klinken monotoon –
bij het orgel gezongen- op

Buiten ijlen de wolken langs de hemel voort,
binnen ligt de taal onuitgesproken op haar tong
verstomt door afwezige oren .