Spelen

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat de dans me bracht:

Door de dans veroverde ik mijn lichaam zoals Napoleon de wereld bestormde,
met elke beweging kwam er een stuk land bij, ik werd ontdekkingsreizigster
van talloze continenten verspreid over armen, benen en torso. Ik haalde
menig bordje met verboden toegang omlaag,ik brak afgesloten werelddelen
open, ik stierf duizend doden bij contactimprovisaties en lag bevroren op de
vloer bij ontspanningsoefeningen, maar ik ging door. Niet te stoppen door
wie of wat dan ook, want in mij was een heilig vuur ontbrand zoals bij een
fanaticus. Ik was de Jeanne d’Arc van de dans. Weg was de verveling, de
kou in mijn botten, ik was verliefd en deze liefde zou me niet teleurstellen,
daar was ik van overtuigd, deze liefde zou duren tot aan mijn dood en
daaraan voorbij. Ik had tijden dat mijn kwelgeesten even weg waren,
opgelost in mijn lichaam, fantastisch! Ik ontdekte mijn sensuele aard.
Ik groeide mijn lichaam binnen. Ik leek op het meisje met de rode
schoentjes dat niet kon stoppen met dansen en zo uiteindelijk haar
ondergang bewerkstelligde vanwege de eenvormigheid. 

Na de sabbatical:

Vlieg, spring, dartel, stomp, schop, krab, lach, huil, schreeuw, rol,
gooi, zwaai, wentel, pluk, jeuk, eet, neuk, poep, pies, aai, kwets,
loop, leef, vreet, grauw, schaterlach en schuddebuik.

De straat is een speelplaats voor mijn demonvolle nieuwe zelf. Met
mijn zwaard gewapend en een bliksemschicht op zak gaat ik fier op
stap. Vuurspuwend loop ik voorwaarts om ruimte te maken voor mijn
dartele kleine meid. “Speel, speel maar’ zeg ik. Nu geen broer die mij
in de hoek gooit als ik wil stoeien. Nu geen moeder die zo doodop is dat
speelsheid tergt. Geen vader, die met straffe hand de wetten van de
samenleving op me loslaat. Geen zus die nooit wil spelen en die ik
desondanks niet los kan laten. Ik ga samen met mijn kwelgeesten
op zoek naar lustige streken. Een ontembaar zelfvertrouwen achterna.
Schater, buitel, breek open, verscheur, barst uit, laat los, verteer,
kauw, spuug, explodeer, stijg, daal, trotseer, werp, klim, merk op,
bepaal, leid, bots, sta, hou van… Ik gooi de kleine meid in de lucht en
vang haar weer op. Ze huppelt voor me uit. De veulens in de wei
maken gekke bokkensprongen waar we samen om moeten lachen.
Een grote bruine onbekende vogel kijkt ons aan. De zon schijnt na
de regen uitbundig. De frisse wind brengt verkoeling.
De kanten varens, boterbloemen en klaprozen zijn het hoogpolige
tapijt waar onze voeten zacht op neerkomen. Ik lach en huil tegelijk.
De kleine meid kruipt tegen me aan. Het leven is goed.

 

Op de Youtube hieronder zie je zeer kleine bewegingen
uitgevoerd worden, waarbij ik dieper en dieper verzonken
raak in de materie. Veel kijkplezier!